Kloosters en maatschappij
Aan het eind van de Middeleeuwen telden de Friese landen tussen Vlie en Wezer meer dan 130 kloosters van verschillende orden. Daarmee had dit gebied een relatief dicht kloosterlandschap. Samen hadden deze instellingen omstreeks 1500 so’n 15-20% fan de cultuurgrond in handen. Vanuit een economisch en sociaal perspectief moeten ze echter niet bekeken worden als agrarische productiecentra maar als leveranciers van religieuze diensten die voor sponsors en leden het pad naar de hemel begaanbaar moesten maken. In de monografie die onderzoeker Hans Mol aan de Westerlauwerse kloosters wijdt, staat de ontwikkeling van deze do ut des- (voor wat hoort wat-) relatie centraal. De Friese casus is juist zo de moeite waard omdat het gebied ‘vrij’ geen landsheerlijk gezag kende en daarom ook niet gebonden was aan vorstelijke tradities op religieus terrein. De kloosterlijke ‘zieleheilsmarkt’ was er dus open voor vrije competitie, zowel tussen de orden onderling als tussen de potentiële begunstigers. Van de methoden die voor deze studie toegepast worden, zijn er twee die nieuwe en interessante resultaten bieden: 1. de reconstructie van het kloosterbezit op basis van GIS; 2. de analyse van schenkingen in testamenten. Het streven is om de monografie in 2010 uit te brengen.
Een inleiding op de thematiek is te vinden in het opstel ‘ Bemiddelaars voor het hiernamaals. Kloosterlingen in middeleeuws Frisia [PDF - 244 kB ]’, in de catalogus van de tentoonstelling 'Hel en hemel' die in de zomer van 2001 in het Groninger Museum werd gehouden.